Drie vacatures

02-2-2024

Heb jij goede communicatieve en sociale vaardigheden? Ben jij nauwkeurig en gedreven, resultaat- maar bovenal kwaliteitsgericht, zelfstandig én een teamplayer? LEES DAN SNEL VERDER!

Wegens groei van ons kantoor hebben wij drie vacatures:


Salarisadministrateur Accountancy

Ben je een beginnend of gevorderd administrateur óf student die binnenkort afstudeert? Dan zoeken wij jou ter uitbreiding van onze salarisafdeling!

JOUW PROFIEL

Minimaal afgeronde MBO 4 richting Bedrijfsadministratie.
Afgeronde PDL en VPS dan wel studerend of bereidheid tot studeren hiervoor.


Beginnend Assistent Accountant

Wil je graag de ruimte om je zo goed en breed mogelijk te ontwikkelen? Bel snel!

JOUW PROFIEL

Beroepsgericht HBO werk- en denkniveau of MBO 4 met bereidheid tot verdere studie.


Accountant Samenstelpraktijk - Gevorderd Assistent Accountant

Heb je al enkele jaren relevante werkervaring? Vul dan ons team enthousiastelingen aan!

JOUW PROFIEL

Beroepsgericht HBO werk- en denkniveau.
Een aantal jaren relevante werkervaring.


Wat bieden wij? Kijk snel op onze vacature-pagina!


NIEUWSARCHIEF

ARBEIDSRECHT ACTUEEL

De onderstaande artikelen zijn geplaatst onder verantwoordelijkheid van Kantoor Mr. van Zijl advocaten te Tilburg.

  • Opleiding tot registeraccountant is geen noodzakelijke opleiding voor functie als assistent-accountant

    In de arbeidsovereenkomst tussen een accountantskantoor en een assistent-accountant was een studiekostenbeding opgenomen waardoor de werknemer de kosten van de opleiding tot registeraccountant, die door het accountantskantoor waren betaald, onder bepaalde omstandigheden moest terugbetalen. Dat studiekostenbeding was niet nietig, omdat de opleiding tot registeraccountant niet verplicht was voor de uitoefening van de functie van assistent-accountant. Maar de werknemer hoefde toch maar een deel van de kosten terug te betalen, omdat het studiekostenbeding niet voldeed aan de eisen die daaraan in de jurisprudentie worden gesteld. Een accountantskantoor had in 2023 een werknemer in dienst genomen die in 2020 bij een ander accountantskantoor een opleiding was gestart tot registeraccountant. Dat andere accountantskantoor had de kosten van die opleiding vergoed en was daarbij met de werknemer overeengekomen dat de werknemer bij het einde van de arbeidsovereenkomst een deel van de kosten van die opleiding moest terugbetalen. Het accountantskantoor waar de werknemer in 2023 in dienst trad, had met de werknemer afgesproken dat dat kantoor het bedrag zou betalen dat de werknemer aan zijn vorige werkgever verschuldigd was (ruim € 15.000). Het aldus betaalde bedrag en de verder door het accountantskantoor betaalde studiekosten zou de werknemer volledig moeten terugbetalen als hij de opleiding niet met succes zou afronden. Bij het einde van de arbeidsovereenkomst zou de werknemer bovendien de kosten die de werkgever in de laatste twaalf maanden had betaald volledig moeten terugbetalen, de kosten die de werkgever in de daaraan voorafgegane twaalf maanden had betaald voor 2/3e deel moeten terugbetalen en de kosten die de werkgever in de daar weer aan voorafgegane periode van twaalf maanden had betaald voor 1/3e deel moeten terugbetalen. In januari 2025 behaalt de werknemer het bachelor diploma. Ruim een maand later, en met de masteropleiding nog te gaan, zegt de werknemer zijn arbeidsovereenkomst op omdat hij een opleiding tot piloot gaat volgen. Het accountantskantoor vordert dan een bedrag van ruim € 17.000 aan studiekosten terug. Daartoe behoort een bedrag van ruim € 10.000, zijnde 2/3e deel van de kosten die het accountantskantoor aan de vorige werkgever heeft vergoed. Aanvankelijk is de werknemer bereid om een betalingsregeling te treffen voor deze studieschuld, maar later stelt hij zich op het standpunt dat het studiekostenbeding nietig is, omdat het zou gaan om een verplichte beroepsopleiding. Als de kantonrechter over het geschil moet oordelen, blijkt die het niet met de werknemer eens te zijn dat het om een verplichte beroepsopleiding zou gaan. De kantonrechter leidt dat af uit het feit dat de werknemer is aangenomen op basis van zijn VWO-diploma en dat zijn functie als “ervaren assistent-accountant” ook een eindfunctie kan zijn. De RA-opleiding wordt ook niet in de functiebeschrijving genoemd, terwijl dat bij de hogere functie van accountant-medewerker wel het geval is. Voor de functie van partner ziet de kantonrechter het als een startkwalificatie. Dat de opleiding gebruikelijk is en als wenselijk wordt beschouwd en dat deze de doorgroeimogelijkheden bevordert, betekent volgens de kantonrechter nog niet dat de functie ook noodzakelijk is. De werknemer had ook nog betoogd dat het studiekostenbeding niet voldoet aan de eisen die de Hoge Raad daar in zijn jurisprudentie aan stelt, te weten: • De verplichting tot terugbetaling van studiekosten moet in evenredigheid staan tot de mate en de periode waarin de werkgever van de studiewerkzaamheden heeft kunnen profiteren. • De consequentie van verplichte terugbetaling van studiekosten moet duidelijk aan de werknemer zijn uitgelegd. Omdat de werknemer tijdens zijn opleiding één dag per week onderwijs volgde en vier dagen per week werkte, had de werkgever volgens de kantonrechter al direct baat bij de studiewerkzaamheden. De kantonrechter is daarom van mening dat de terugbetalingsverplichting niet pas na twaalf maanden zou dienen te verminderen. De kantonrechter is het er ook niet mee eens dat voor wat betreft het bedrag dat het accountantskantoor aan de vorige werkgever had vergoed, de terugbetalingsverplichting pas zou verminderen twaalf maanden na de betaling door het accountantskantoor aan de vorige werkgever, terwijl de terugbetalingsverplichting bij de vorige werkgever al aan het verminderen zou zijn geweest. Deze consequentie is volgens de kantonrechter onvoldoende duidelijk aan de werknemer uitgelegd. Het verweer van de werknemer dat de bedragen van de studiekosten hem vooraf onvoldoende bekend zouden zijn geweest, wordt door de kantonrechter echter verworpen. De werknemer had de factuur van de vorige werkgever zelf aan het accountantskantoor doorgestuurd en had de overige studiekosten zelf gedeclareerd. Uiteindelijk moet de werknemer nog een bedrag van ruim € 4.000 aan het accountantskantoor terugbetalen. ...lees verder.

  • Is de burn-out een gevolg van zwangerschap en/of bevalling, zodat recht op Ziektewetuitkering bestaat?

    Een werkneemster meldt zich met terugwerkende kracht bij het UWV ziek en vraagt daarbij een Ziektewetuitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid als gevolg van zwangerschap en/of bevalling. Het UWV beslist dat de werkneemster pas vanaf de datum van de melding arbeidsongeschikt is en dat de arbeidsongeschiktheid niet het gevolg is van zwangerschap en/of bevalling, zodat geen recht bestaat op Ziektewetuitkering. De werkneemster maakt daartegen tevergeefs bezwaar en stapt daarna naar de rechtbank. De rechtbank vindt dat de beslissing van het UWV geen stand kan houden. De eerste dag van arbeidsongeschiktheid heeft het UWV weliswaar juist vastgesteld, maar het UWV heeft ten onrechte gesteld dat de arbeidsongeschiktheid niet voortkomt uit zwangerschap of bevalling. Of de werkneemster alsnog recht heeft op Ziektewetuitkering hangt af van de vraag of zij voldoet aan de overige voorwaarden. Daarover moet het UWV opnieuw beslissen. De verwachting is echter dat het UWV de Ziektewetuitkering opnieuw zal weigeren, omdat de werkneemster niet aansluitend op het bevallingsverlof ongeschikt was tot het verrichten van haar arbeid. Een werkneemster meldt zich op 17 november 2023 bij het UWV met terugwerkende kracht tot 14 augustus 2023 ziek vanwege een burn-out. Zij vindt dat haar burn-out het gevolg is van zwangerschap of bevalling en claimt daarom een Ziektewetuitkering wegens arbeidsongeschiktheid als gevolg van zwangerschap of bevalling. Het UWV besluit dat de werkneemster per 14 augustus 2023 niet arbeidsongeschikt is te achten voor haar eigen werk. Ook komt het UWV tot de conclusie dat de werkneemster per 17 november 2023 wel arbeidsongeschikt is te achten, maar dat die arbeidsongeschiktheid niet het gevolg is van zwangerschap of bevalling. Daarom bestaat geen recht op Ziektewetuitkering. Het door de werkneemster tegen dat besluit gemaakte bezwaar wordt door het UWV ongegrond verklaard. De werkneemster stelt vervolgens beroep in bij de rechtbank. De rechtbank is van oordeel dat het UWV terecht heeft vastgesteld dat de werkneemster per 14 augustus 2023 niet arbeidsongeschikt was voor haar eigen werk. De rechtbank overweegt daarbij dat de werkneemster destijds weliswaar belemmeringen ervoer in het uitvoeren van haar werk, maar dat dat niet hoeft te betekenen dat zij ook arbeidsongeschikt was voor haar werk. De rechtbank wijst er in navolging van de bezwaarverzekeringsarts van het UWV op dat de werkneemster zelf heeft verklaard dat zij met haar collega’s een manier had gevonden om met haar belemmeringen om te gaan. Volgens de rechtbank is gebleken dat haar belemmeringen uiteindelijk pas op 17 november 2023 dusdanig waren toegenomen, dat ook hulpmiddelen de werkneemster niet meer hielpen om haar werk te kunnen verrichten. De rechtbank wijst er verder op dat objectieve, medische informatie over de situatie van de werkneemster op 14 augustus 2023 ontbreekt en dat aan de door de werkgever verstrekte verklaring geen doorslaggevende betekenis toekomt. Ook vindt de rechtbank van belang dat de werkneemster pas op 5 oktober 2023 met haar burn-out klachten naar de huisarts is gegaan. De rechtbank overweegt dat het exacte moment waarop sprake was van een burn-out, op basis van de voorhanden zijnde stukken moeilijk is vast te stellen. De huisarts heeft de diagnose burn-out op 5 oktober 2023 gesteld. De rechtbank vindt dat de bezwaarverzekeringsarts van het UWV echter voldoende heeft gemotiveerd dat er niet eerder dan op 17 november 2023 sprake was van een burn-out, omdat de werknemer pas vanaf 17 november 2023 niet meer in staat bleek te zijn om adequaat te functioneren, zowel in de thuissituatie als in het werk. De rechtbank vindt dat de werkneemster onvoldoende twijfel heeft gezaaid ten aanzien van dat oordeel van de bezwaarverzekeringsarts. De rechtbank is wel van oordeel dat het UWV ten onrechte heeft geoordeeld dat de ongeschiktheid van de werkneemster per 17 november 2023 niet voortkomt uit zwangerschap of bevalling. De rechtbank kan het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts dat de burn-out niet zou zijn ontstaan tijdens de zwangerschap of bevalling niet volgen, omdat de werkneemster al tijdens haar zwangerschap fysieke en mentale klachten had en omdat niet kan worden uitgesloten dat deze klachten hebben bijgedragen aan het ontstaan van de burn-out. De vraag of de werkneemster alsnog recht heeft op Ziektewetuitkering wegens arbeidsongeschiktheid als gevolg van zwangerschap of bevalling, hangt af van de vraag of zij voldoet aan de overige voorwaarden voor het recht op uitkering. De rechtbank draagt het UWV op om daarover alsnog te beslissen. ...lees verder.

  • Werknemer moet door werkgever betaalde opleidingskosten terugbetalen

    Een detacheringsbedrijf had de kosten van de opleiding tot vrachtwagenchauffeur voor een werkneemster betaald en had daaraan de voorwaarde verbonden dat deze kosten moesten worden terugbetaald, als de werkneemster zich niet via het detacheringsbedrijf liet uitzenden naar klanten van het detacheringsbedrijf. Het studiekostenbeding dat aldus was gesloten, was volgens de kantonrechter rechtsgeldig omdat het niet ging om een opleiding die noodzakelijk was voor de uitoefening van de functie, maar om een startkwalificatie. Een bedrijf dat zich bezighoudt met het detacheren van werknemers op het gebied van transport en logistiek, heeft met een vrouw een overeenkomst gesloten, waarbij is overeengekomen dat de vrouw een opleiding zal gaan volgen voor vrachtwagenchauffeur en dat het detacheringsbedrijf de kosten van de opleiding zal betalen. Dat gebeurt op basis van een leningsovereenkomst, waarbij de vrouw in beginsel verplicht wordt om de opleidingskosten terug te betalen. De opleidingskosten worden echter kwijtgescholden zodra de vrouw 52 weken via het detacheringsbedrijf heeft gewerkt en/of op deze wijze 52 weken € 25 netto per week heeft terugbetaald. Daarna wordt een eventuele restschuld kwijtgescholden. De kosten van extra lessen en/of herexamens blijven echter voor rekening van de vrouw. Als het detacheringsbedrijf geen uitzendovereenkomst aan de vrouw kan aanbieden en de wekelijkse inhouding van het bedrag van € 25 netto om die reden niet kan plaatsvinden, vervalt de terugbetalingsverplichting. Op basis van die overeenkomst start de vrouw met de opleiding tot vrachtwagenchauffeur. De kosten van de opleiding bedragen € 6.925, die door het detacheringsbedrijf worden voorgeschoten. Na drie herexamens en extra lessen wordt de opleiding door de vrouw uiteindelijk met succes afgerond. De vrouw wordt daarna door het detacheringsbedrijf bij een klant (PostNL) gedetacheerd, maar na ongeveer twee weken wordt de detachering in overleg met de werkneemster beëindigd, omdat zij het werk te zwaar vindt. Nadat het deteacheringsbedrijf meerdere functies voor vrachtwagenchauffeur bij verschillende opdrachtgevers aan de werkneemster heeft aangeboden, komt ruim twee maanden later een detachering tot stand bij een andere klant (AB Texel). Ook die detachering wordt na ongeveer twee weken stopgezet, op initiatief van de werkneemster. Vijf maanden later gaat de werkneemster een meeloopdag toen bij een derde klant (Heidelberg). De werkneemster vindt het werk echter niet passend. Daarop stuurt het detacheringsbedrijf een factuur voor een bedrag van bijna € 6.400 aan de werkneemster. Het gaat dan om de resterende opleidingskosten en de kosten van de herexamens. Als de werkneemster tegen de factuur protesteert, geeft het detacheringsbedrijf de werkneemster nog een kans om aan haar verplichtingen te voldoen, door één van twee aangeboden functies voor vrachtwagenchauffeur te accepteren. De werkneemster accepteert de functies echter niet. Als de werkneemster de factuur niet betaalt, komt het tot een procedure bij de kantonrechter. De kantonrechter oordeelt allereerst dat geen sprake is van een nietig studiekostenbeding. De reden daarvan is dat het gaat om een startkwalificatie, terwijl nergens uit blijkt dat het detacheringsbedrijf op grond van Europees recht, nationaal recht of op grond van de cao verplicht was om de opleiding kosteloos aan de werkneemster aan te bieden. Het verweer van de werkneemster dat zij de financiële risico's van de opleidingsovereenkomst niet goed kon voorzien, omdat zij niet wist hoeveel zij zou gaan werken en omdat bij de aanvang van de opleidingsovereenkomst de totale opleidingskosten nog niet bekend waren, wordt door de kantonrechter gepasseerd. De totale kosten waren alleen nog niet bekend omdat er sprake was van extra kosten als gevolg van herexamens en extra rijlessen. Die kosten konden vooraf niet bekend zijn. De werkneemster verweert zich met de stelling dat zij voorafgaand aan de opleidingsovereenkomst heeft besproken dat zij geen fysiek zwaar werk wil verrichten en alleen chauffeurswerk wil doen, zonder laden en lossen. In verband met haar geringe lengte (1,61 meter) en haar leeftijd (59 jaar) zou het werk anders fysiek te zwaar zijn voor haar. Het detacheringsbedrijf heeft echter gemotiveerd weersproken dat zou zijn besproken of afgesproken dat zij geen fysiek zwaar werk zou hoeven te doen en heeft daaraan toegevoegd dat vacatures voor vrachtwagenchauffeurs zonder laden en lossen zeldzaam zijn. Bij gebreke van een nadere onderbouwing door de werkneemster, passeert de kantonrechter deze stelling. De kantonrechter constateert bovendien dat de werkneemster verschillende redenen heeft aangevoerd om met het aangeboden werk te stoppen, welke redenen niet alleen betrekking hadden op de zwaarte van het werk. Het werk bij PostNL vond de werkneemster weliswaar te zwaar omdat zij zware ijzeren karren moest verplaatsen, maar het werk bij AB Texel vond de werkneemster niet leuk genoeg omdat zij daarbij een groot deel van de dag in de fabriek moest werken en daarna maar 20 minuten hoefde te rijden. En het werk bij Heidelberg wilde de werkneemster niet doen omdat ze meerdere keren per dag een heel steile trapje op moest klimmen om de betonmixer, waar zij op moest rijden, schoon te spuiten, wat volgens haar voor haar “niet te doen” was. De kantonrechter stelt tenslotte vast dat de werkneemster nooit heeft aangegeven dat zij medisch beperkt is en zich ook nooit ziek heeft gemeld, zodat er voor het detacheringsbedrijf ook geen reden was om de bedrijfsarts in te schakelen. Het verweer van de werkneemster dat de in de opleidingsovereenkomst verplicht gestelde medische keuring niet zou hebben plaatsgevonden, wordt door de kantonrechter verworpen vanwege de stelling van het detacheringsbedrijf dat de cursist bij aanvang van de opleiding over een gezondheidsverklaring moet beschikken, waarin wordt bevestigd dat de cursist in een medische keuring rijgeschikt is verklaard. Zonder die verklaring kan de cursus niet worden gestart en kan er geen rijexamen worden gedaan. De werkneemster voert ook nog als verweer dat zij niet voldoende is geïnformeerd over verplichtingen die op grond van de cao gelden bij het niet accepteren van aangeboden werk, maar de kantonrechter gaat daaraan voorbij, onder meer vanwege de laatste kans die het detacheringsbedrijf de werkneemster nog heeft geboden. Ook het laatste verweer van de werkneemster wordt door de kantonrechter verworpen. De werkneemster had aangevoerd dat haar financiële situatie aan terugbetaling van de opleidingskosten in de weg staat. De kantonrechter wijst er echter op dat het detacheringsbedrijf aan de werkneemster had aangeboden bereid te zijn een betalingsregeling te treffen. De werkneemster moet daarom de opleidingskosten terugbetalen. Zij wordt ook veroordeeld tot betaling van wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten. ...lees verder.

Jaarrekeningen

De jaarrekening is het financiële eindverslag van uw onderneming en de basis voor de belastingaangifte. Wij, Eenkhoorn & Bakker Accountants en Belastingadviseurs, adviseren u graag over de financiële situatie, juridische structuur, fiscale aspecten en verbeteringen en kansen.

   JAARREKENINGEN

Fiscale aangiften

Bij ons kantoor kunt u terecht voor alle fiscale aangiften. Onze belastingadviseurs beschikken over de juiste kennis en ervaring om u een advies op maat te geven. Ook voor adviezen en het begeleiden van bedrijfsopvolging, omzetten rechtsvorm en herstructurering kunt u bij ons terecht.

   Fiscale aangiften

Controleverklaringen

Is uw onderneming 'middelgroot' of 'groot'? Dan bent u wettelijke verplicht om uw jaarrekening door een accountant te laten controleren. Bij Eenkhoorn & Bakker Accountants en Belastingadviseurs, kunt u terecht voor wettelijke controles, vrijwillige controles, beoordelingsverklaringen en subsidieverklaringen.

   Controleverklaringen

Personeel en salaris

Een juiste loonadministratie is complex en precies. Onze adviseurs hebben een ruime kennis en ervaring op het gebied van salarisadministratie, arbeids- en ontslagrecht, sociale verzekeringen, CAO's en actuele ontwikkelingen in de meest uiteenlopende branches.

   Personeel en salaris

Financiele administraties

Iedere dag weten hoe uw onderneming er financieel voor staat, maar niet zelf de administratie inboeken? Dat kan! Met ons online boekhoudplatform wordt uw administratie dagelijks door ons verwerkt. Snel en heel eenvoudig!

   Financiele administraties

Advisering

Onze accountants en belastingadviseurs kunnen u adviseren bij het starten van een onderneming, investeringsbeslissingen, financieringsaanvragen, bedrijfsovernames, administratieve organisatie, etc. Wij helpen u graag!

   Advisering
Eenkhoorn & Bakker Accountants en Belastingadviseurs voor MKB | Genemuiden Hasselt Zwartsluis Stadshagen Kampen | Erkend RB-kantoor
Eenkhoorn & Bakker Accountants en Belastingadviseurs voor MKB | Genemuiden Hasselt Zwartsluis Stadshagen Kampen | Aangesloten bij Novak
Eenkhoorn & Bakker Accountants en Belastingadviseurs voor MKB | Genemuiden Hasselt Zwartsluis Stadshagen Kampen | Aangesloten bij Fiscount
Eenkhoorn & Bakker Accountants en Belastingadviseurs voor MKB | Genemuiden Hasselt Zwartsluis Stadshagen Kampen | Lid van NBA